dinsdag 28 mei 2013

(Boze) droom





Het is half vijf als ik wakker schrik. De voordeur valt zachtjes in het slot, en heel voorzichtig wordt de sleutel omgedraaid.

Bart draait zich om en zegt dan slaperig: ‘Dat was de buurman. Volgens mij had Bram een aanval.’

Ik draai me lekker om. Ik kan de slaap goed gebruiken, want morgen heb ik een drukke dag. Voor een minister van sociale zaken zijn het zware tijden.

Wat ben ik mijn voorgangers dankbaar! Dankzij hun inzet en (vooral!) visie, heeft men hier in de gemeente ingezien dat wij alle hulp kunnen gebruiken. Dankzij al die ‘helpende handjes’, ‘maatjes’ of ‘buddies’, of hoe ze ook genoemd worden, is de zorg voor Bram tegenwoordig tiptop geregeld. En: heb ik de kans gekregen carriere te maken, heerlijk!

Bart en ik staan vroeg op, smeren aan het aanrecht een snelle boterham, en spreken even de dag door. Om zeven uur staat  mijn dienstauto met chauffeur al voor de deur om mij naar mijn ministerie te brengen.

Om half acht krijg ik het eerste sms-je. Het is de buurvrouw, ze krijgt Bram niet uit bed. Ik sms terug: ‘Laat hem maar even liggen, hij zal wel moe zijn!’

Gelukkig heeft buurvrouw begrip, ze zet een kop koffie voor zichzelf, en wacht rustig af.

Ze heeft alle tijd, want ze heeft er ooit voor gekozen om huisvrouw te worden, ondanks haar opleiding. Nu haar kinderen het huis uit zijn, blijkt haar afstand tot de arbeidsmarkt zo groot, dat ze een baan wel kan vergeten. Tja, wie er voor kiest de investering die de maatschappij in jou heeft gedaan terzijde te leggen en bovendien jarenlang op de zak van haar man teert, moet maar op de blaren zitten. Ik heb er geen medelijden mee!

Ik zit in de ministerraad als ik het volgende sms-je krijg. Weer de buurvrouw, dit keer is Bram boos geworden op haar, hij heeft haar getrapt. Ik besluit dit bericht te negeren.

Weer een half uur later, nu gaat de telefoon. Bram is inmiddels uit bed. Buurvrouw wilde hem laten plassen, zoals ook in het protocol staat. Maar nu voelt ze zich ‘seksueel geintimideerd’, of zoiets.

‘Je had er niet bijgezegd, dat hij er in de ochtend uitziet als een echte vent!’, schreeuwt ze me toe.

‘Wat dacht je dan?’, informeer ik zoetsappig, ‘Hij is achttien jaar! Kom op! Zet die knul op de pot, de boel zakt vanzelf.’

Nog een uur later komt er wederom een lange telefonische tirade van de buuf. Bram is inmiddels op school. Ze heeft het hele programma afgewerkt. Hem zijn yoghurt gevoerd, pillen gegeven, zijn thee laten drinken. Daarna moest hij poepen, ze heeft zijn billen geveegd. Daarna weer vast in de stoel, tandenpoetsen.

Het enige wat niet gelukt was, was het uitknijpen van zijn puisten, hij had haar daarbij een oplawaai verkocht. Buurvrouw stuurt een email met een foto waarop haar gehavende neus en haar blauwe oog duidelijk te zien zijn. Zij overweegt aangifte te doen.

Buurvrouw meldt zich voor de middagdienst af. ‘Je ziet zelf maar hoe je het regelt’, schreeuwt ze. ‘Ik zet geen stap meer bij je over de drempel.’

Ik laat mijn ambtenaren meteen een notitie maken in haar dossier.

Als zij later zelf zwak, ziek of misselijk is, zal zij niet van overheidswege in haar kracht worden gezet. Dan zoekt ze het zelf maar uit!



Playing for change:

vrijdag 24 mei 2013

Tandarts






Dinsdag is het weer tijd voor onze periodieke controle bij de tandarts. Ik maak altijd een ‘gezinsafspraak’, gaan we gezellig met zijn vijfjes naar tandarts Dirksen hier ten stede. Aan ‘t eind van de middag, zodat Bart na zijn werk kan aanschuiven.

Bram komt om vier uur thuis met de taxi, Femke was al thuis, Eva komt direct uit school naar de tandarts. We hebben voldoende tijd, maar toch hebben we natuurlijk haast als we moeten vertrekken. Bram poetsen, plassen, schoenen weer aan. En o ja, nu nog even mijn eigen tanden poetsen.

Haast haast, ren ren…..uiteindelijk ploffen we precies op tijd neer op de stoelen in de wachtkamer. Bram ontfermt zich ongevraagd over een grote pot met van die leuke kleine tubetjes tandpasta erin. Ik preek, smeek en dreig, Bram legt alles netjes terug.

Dan mogen we binnen komen. Ik mag van Bram als eerste. Femke en hij zitten keurig op de krukjes in de spreekkamer te wachten. Bart stommelt binnen, en even later Eva.

De tandarts kijkt gefronst naar mijn tanden. Hij port, prikt, en dan heeft hij beet. Met zijn haakje heeft hij iets onbestemds tussen mijn tanden uit gevist.

Het haakje met de oogst eraan bungelt beschuldigend tussen ons in. Tandarts spreekt mij streng toe, ik mompel vanuit mijn ongemakkelijke positie iets over haast, tanden Bram, sorry, anders altijd en eigenlijk nooit.

Ik heb geen gaatjes, maar wel tandsteen en krijg meteen een grote beurt. Ook moeten er foto’s gemaakt worden, meldt de tandarts.

Dan is Bram aan de beurt. Hij gaat braaf liggen en opent zijn mond. Tandarts port, prikt en humt dan goedkeurend. “Dat gebit ziet er echt prima uit!, zegt hij.

Bart kijkt trots. Het poetsen van het gebit van Bram is een taak die hij met heel veel inzet op zich heeft genomen. Bram wordt twee keer per dag supergeduldig met de electrische borstel gepoetst. Ondanks verzet, aanvallen. Bart roept dan ‘zeg IEIEIE, Bram’, of ‘ zeg AAAAA’, of ‘OOOO’.

Het resultaat mag er zijn. Een keurige rij witte gezonde tanden en kiezen, onder en boven.

‘Meneer zou u óók moeten poetsen, mevrouw!’, zegt de tandarts.

Ik zie het meteen voor me. Bart en ik in de badkamer, hij met de electrische borstel, en ik met geopende mond. En dan van ‘IEIEIEIE’, ‘OOOOO’en ‘AAAAA’.

Ik flap eruit:’Nou, na twintig jaar huwelijk zijn we wel toe aan iets nieuws!’

Bart grinnikt. Tandarts wordt rood achter zijn mondstukje.

Nu ik op dreef ben, voeg ik er meteen aan toe ‘maar dan wil ik wel een nieuw borsteltje, Bart!’

Tandarts wordt nog roder, assistente moet lachen, Eva en Femke zakken diep weg in hun truitjes, en maken sissende geluiden. Bram vindt het heel grappig.

Als iedereen geweest is, moet ik nog even blijven zitten. Vanwege die foto’s.

Ik blijf alleen achter met de assistente. Ik bijt mijn tandvlees kapot aan de veel te grote plaatjes.


Vrolijk toepasselijk wijsje: https://www.youtube.com/watch?v=g0EwL8SMfdg


dinsdag 21 mei 2013

Hallo wereld





‘Zal ik meegaan?’, vraagt Eva.

Ik ben even sprakeloos, weet niet wat ik moet zeggen. Dit moment heb ik al een tijdje geleden in gedachten tot op de seconde gepland. Daarbij had ik niet op Eva’s aanwezigheid gerekend.

Ik zou Bram alleen wegbrengen, samen met hem zijn kleren en andere spulletjes opruimen, dan nog even met hem gaan zitten, en dan weggaan. Bram zou dan voor het eerst daar blijven, op zijn nieuwe woning.

Ik zou daarna naar het tuincentrum rijden. Even een cappucino drinken en een plantje kopen. Een moment alleen, een stukje niemandstijd. Niet meteen naar huis, na dit beladen moment. Een traantje wegpinken, in relatieve anonimiteit, om daarna met een blij masker thuis te komen.

Terwijl ik dit allemaal overdenk, heeft Eva haar schoenen en jas al aangedaan. Ze heeft Bram op de trap gezet, zijn schoenen voor hem neergezet, en hem verteld ze aan te doen.

Eva draagt de kratten met speelgoed naar de auto. Daarna zijn koffer. Ze helpt Bram met zijn schoenen en jas.

Ik loop door het huis. Ik check nog(maals) even of de achterdeur echt op slot is. Bram roept: ‘Mam, kom je nou! We gaan!’

Ik zie vanuit de keuken de kinderen in de auto zitten. Ik zucht, slik, pak mijn tas en jas. Daar gaan we dan. Op naar de nieuwe woning van Bram.

We dragen de spullen van Bram naar zijn kamer, ik pak de spullen uit, leg de kleren in de kast. Bram zit al in de woonkamer op de bank. De andere kinderen komen binnen. Ze hebben samen in de woonkamer van de logopediste les in ondersteunende gebaren.

Ik praat nog even met Bram’s persoonlijk begeleidster, ze heeft alles tot in de puntjes voorbereid.

Ik ga naar Bram toe, hij zit op de bank, heeft geen aandacht voor mij, en zegt geen gedag.

Eva en ik gaan weg. Sámen naar het tuincentrum. We kopen een paar plantjes. Rode pootuien, slaplantjes en pannenkoekenmeel. We drinken wat in het cafeetje. Ik moet heel even huilen, Eva zegt ‘het geeft niets, ik snap het wel’. Ik ben blij dat ze er is. Ook voor haar en de rest van ons gezin is dit een vreemd moment.

Samen gaan we naar huis. Het voelt gek, maar minder dramatisch dan gedacht.

’s Avonds spreek ik Bram aan de telefoon. Hij heeft het naar zijn zin. Hij heeft als een bootwerker gegeten. We kussen door de telefoon, en ik wens hem welterusten.

Als ik Bram vrijdag kom halen, zit hij op de bank. Hij kijkt TV. Hij ziet me niet, en zegt niets, ook niet als ik naast hem ga zitten. Na een hele lange tijd zucht hij diep. Hij leunt tegen me aan en zegt dan: ‘Ik heb het super naar mijn zin gehad’.

Ik pak zijn spullen, we rijden naar huis. Daar komt een enorme ontlading. Bram schreeuwt, gilt, hij knijpt mij enorm hard in mijn arm. Dat is niet fraai, maar het mag, als je zo dapper bent geweest.






Bram's nieuwe adres:

Stichting Epilepsie Instellingen Nederland
Cruquiushoeve, gebouw 2, afdeling 1B, kamer 1.38
Spieringweg 801
2142 ED Cruquius
 

Dit liedje vindt Bram op dit moment heel erg mooi. Ik vind het heel toepasselijk:
Hallo wereld, wereld,
De wereld is van mij.
Er is ruimte zat,
Dus kom er lekker bij.

dinsdag 7 mei 2013

Verliefd!




Zodra ik hem zag, was ik verliefd op hem. Na een pittige bevalling lag hij op mijn buik, beetje blauw, bijna vier kilo zwaar en voorzien van een enorme bos haar. Het was 6 mei 1995, even na acht uur ‘s avonds en bloedheet. We noemden hem Abraham Jelle, roepnaam Bram.

Na de bevalling kregen we een beschuitje, een kopje thee en een telefoon om de grootouders in te lichten (jajaja, het was in het premobiele tijdperk!). Op mijn verzoek kwamen daar nog twee oudbakken boterhammen bij, met een bezweet plakje kaas.

Om tien uur kwam er een stevige zuster aan. Zij verklaarde dat het er op zat, voor die dag. ‘Kind naar de slaapzaal, moeder naar bed en vader naar huis.’

Bram werd in zijn plastic wiegje gelegd, en voor de nacht weggereden.

Ik werd naar een andere kamer gebracht, en kreeg een polaroidje mee dat van Bram was gemaakt. Ik durfde niet uit bed te komen maar heb ’s nachts stiekem een paar keer het nachtlampje aangedaan om mijn kind te bekijken. Deze lethargie heeft me achteraf vreselijk verbaasd, niets voor mij eigenlijk.

Bart droop af naar huis. Op sloffen, want bij aankomst in het ziekenhuis bleek dat hij in de stress vergeten was zijn schoenen aan te doen. Ken geen enkele andere man die een bevalling op zijn sloffen doet, daarom houd ik ook zo van mijn verstrooide professor.

De volgende dag gingen we naar huis. Bart en ik, samen met Bram, het kind, dat ons ouders maakte.

Achttien jaar later vieren we dat Bram wederom jarig is, en dit keer volwassen wordt.

Ik zal eerlijk zijn: ik zag er enorm tegen op. Waarom kan ik niet eens goed uitleggen. Iets met weemoed, omdat het allemaal zo snel is gegaan. Iets met verdriet, omdat het eigenlijk niet zo goed met hem gaat. Iets met angst en onzekerheid, omdat er vanaf nu veel dingen gaan veranderen.

De dag voor zijn verjaardag gaan we met ons gezin uit eten. We zijn in Zeeland, en hebben Bram kreeft beloofd. Met frietjes.

In het restaurant gaat het eerst helemaal niet goed. Bram loopt diverse keren weg.

Als we hem de eerste keer kwijt zijn, staat hij tegen een enorme plastic bak geleund. De bak is helemaal gevuld met kurken, toevallig een obsessietje van meneer. Zijn neus zit tegen het plastic gedrukt, en met zijn lange vingers probeert hij een kurk uit de bak te vissen. Wij halen hem weg en zetten hem aan tafel.

Dan loopt hij weer weg. Dit keer is hij echt zoek. Uiteindelijk blijkt hij bij het zwembad te zijn, dat in het hotel aanwezig is. We nemen hem weer mee en zetten hem aan tafel.

Het restaurant is nog leeg, dat scheelt rode wangen. Maar wat vooral helpt is het meisje dat bedient. Ze reageert alsof het volkomen normaal is dat de gasten door het restaurant rennen en gillen. Of op de bestekbakken afstormen en met messen op de glazen slaan.

Ze komt heel gewoon de bestelling opnemen en vraagt hem wat hij nog meer wil eten, naast de kreeft met friet. Bram bestelt ‘garnaaltjes’ als voorafje, en aardbeien met ijs als toetje. Niets van zijn wensen staat op de kaart, maar het kan allemaal.

Bram informeert of we niet een keer mogen zwemmen in het zwembad, en ook dat kan. ‘Maar’, en dan is ze wel een beetje streng, ‘dan moet je wel netjes je bord leegeten!’

Bram verandert dankzij haar aanpak in een voorbeeldige restaurantganger, en zo hebben we een geweldig avondje uit.

In de vroege ochtend van zijn verjaardag heeft Bram een dikke aanval, hij kan ‘s ochtends bijna niet uit bed komen. Om elf uur hebben we hem enigszins in de hoeven. Dan komt het bezoek.

Tante Marjet heeft de taart geregeld. Een rose chipolatataart met de beeltenis van K3 erop. En daaronder de woorden ‘Hoera, Bram is 18 jaar!’ De bakker dacht even dat er een foutje gemaakt was bij de bestelling.

Bram wordt reuzeverwend. Heel veel K3spullen. Bijvoorbeeld een K3-barbiepop van Josje. En een Josje-knuffel. Maar ook aftershave en een Ajaxmok. De kadootjes weerspiegelen de vele kanten van Bram. Groot maar ook klein.

Na het gezellige verjaarsbezoek knapt Bram af. Hij ligt om twee uur al weer diep te slapen.

Dan voel ik me eindelijk rustig worden. Even tijd om na te denken. Dan realiseer ik me dat ik het nog steeds ben….verliefd op mijn eigen zoon. Gewoon omdat hij is wie hij is. Een jongeman die zelf enorm zijn best doet, en bij veel anderen het allerbeste naar boven haalt.






Oh I am a lonely painter
I live in a box of paints
I'm frightened by the devil
And I'm drawn to those ones that ain't afraid
I remember that time that you told me, you said
"Love is touching souls"
Surely you touched mine
"Cause part of you pours out of me
In these lines from time to time
………
Oh you are in my blood like holy wine
And you taste so bitter but you taste so sweet
Oh I could drink a case of you
I could drink a case of you darling
Still I'd be on my feet
I'd still be on my feet

zaterdag 20 april 2013

Gekke tijden




Kleine jongens worden groot!

De afgelopen tijd heb ik af en toe het gevoel dat ik knettergek word. Er gebeurt zo ontzettend veel, de tijd vliegt voorbij. Als ik op de kalender kijk, kan ik bijna niet geloven dat de aprilmaand er al weer bijna op zit.

Het is druk vanwege alle bureaucratie. Een zorgintensief kind dat achttien wordt, en uit huis gaat, daar komt veel bij kijken.

CIZ, UWV, DUO, de rechtbank, zorgverzekering, gemeente, de bank, zorgkantoor….zomaar wat instanties waar ik de afgelopen maanden contact mee had. Alles vergezeld van bergen papier, en soms onbegrijpelijke procedures, die dan ook nog in een bepaalde volgorde doorlopen dienen te worden, omdat het ene onlogischerwijs op het andere dient te volgen.

Druk vanwege de overdracht van de zorg. Ik maak kennis met Bram’s nieuwe persoonlijk begeleidster. Ik ben blij zodra ik haar zie. Een jonge vrouw, lief, precies en vol belangstelling voor mijn grote lieve zoon. Ze heeft voor ons gesprek contact gezocht met het logeerhuis, en het dossier gevuld, en wat belangrijker is: gelezen.

Ze zoekt Bram op het logeerhuis op, hij vindt haar heel lief.

Druk vanwege andere bezigheden, mijn vrijwilligerswerk slokt momenteel erg veel tijd op.

Toch bevalt het me prima, al die drukte. Want zodra ik even rust heb, vliegt het me aan, de wetenschap dat Bram straks echt uit huis vertrekt, dat mijn eerste kind het huis verlaat.

Veel staat in het teken van ‘de laatste keer’.

Deze week voor het laatst bij de apotheek medicijnen gehaald. Bij de apotheek die de afgelopen tien jaar ons telkens weer zo goed heeft geholpen. Telkens was weer iets bijzonders, bijvoorbeeld medicatie die alleen via de internationale apotheek besteld kon worden. Toestanden met de verzekering. En ook die keer dat zij ons een week Columbinehuis aanboden, wat een lieve en welkome geste.

Ik koop voor de apotheker een grote bos bloemen en schiet helemaal vol als ik ze geef.

Deze week voor het laatst logeren. Woensdag zal ik voor het laatst zijn logeerkoffer pakken. Kleren, medicijnen en knuffels in de koffer doen. Voor het laatst ‘s avonds het telefoonnumer bellen, en over de telefoon kusjes geven. Bram gaat trakteren, een klein kadootje voor alle kinderen, een groot kado voor het logeerhuis.

Daarna is het meivakantie. Bram’s verjaardag op 6 mei. Achttien jaar wordt hij. Het lijkt gisteren dat hij geboren werd.

Als het goed is, worden de meubeltjes die we hebben besteld in de meivakantie geleverd. We moeten ze nog in elkaar zetten. Daar zijn nestje bouwen.

Dan alle mensen die hier met ons voor hem hebben gezorgd. Het zal vreemd zijn om ze niet meer (zo vaak) bij ons thuis te zien. Gelukkig komen ze allemaal nog in de periode dat Bram aan het wennen is. En ik weet zeker dat ze Bram nog wel eens zullen opzoeken of bij ons aan zullen wippen.

Het is echt goed dat hij uit huis gaat, echt waar. Het moet een keer gebeuren en de omstandigheden zijn optimaal. Bram komt op een afdeling waar hij prima past. Hij woont vlakbij ons, het is nog geen vijf kilometer van ons huis vandaan. En hij zal nog heel veel thuis zijn, en wij bij hem.

Het voelt alleen heel erg raar, na al die jaren heel intensief zorgen. Ik zeg wel eens dat ik continu met (minstens) één hersenhelft met hem bezig ben.

Om straks weer een heel brein tot mijn beschikking te hebben, zal nog wennen zijn.





Dit soort liedjes helpen momenteel niet erg. Rihanna: Stay: https://www.youtube.com/watch?v=JF8BRvqGCNs






donderdag 4 april 2013

Leerpuntje




De klas van Bram is helemaal versierd in Paassfeer. Alle tafels zijn aan elkaar geschoven, zodat er een hele lange tafel is ontstaan. Daar overheen een gele loper. Er is gedekt voor achttien personen. Zeven kinderen, twee juffen, acht ouders en een klein broertje.

Het is weer tijd voor de jaarlijkse paasbrunch. Daarbij zijn de ouders van harte welkom. Altijd gezellig.

Omdat het hier een klas betreft met ‘structuurbehoeftige kinderen’ doen we alles precies zo als vorig jaar. En als het jaar daarvoor. En het jaar daarvoor.

Ook ik heb, precies als vorig jaar, en het jaar daarvoor, en het jaar daarvoor, eieren meegenomen. Hard gekookt en versierd.

Juf legt alles nog een keertje uit. Op het bord hangen de picto’s in de juiste volgorde, duidelijkheid voor alles.

We beginnen met de lunch. Bram zit naast me en eet vier zachte puntjes met kipkerriesalade. Ik schaam me een beetje, want omdat ik kerrie niet lekker vind, heb ik mijn broodmagere schat dit zijn leven lang ontzegd. Wie weet was hij wel goedgevuld als ik die salade voor hem had gekocht.

Dan gaan we naar buiten, even luchten.

Daarna leest juf Thea het verhaal van Florrie voor. Florrie is een arrogante kip, die neerkijkt op de andere kippen. Juf Eline maakt er de ondersteunende gebaren bij. Aan het eind heeft Florrie haar lesje geleerd, want haar eieren zien er precies zo uit als die van de andere kippen. De hele klas luistert aandachtig.

Even lijkt het er op dat Bob in een aanval zal schieten. We wachten allemaal tot juf Eline hem heeft geholpen. Gelukkig zet de aanval niet door.

En dan is het eindelijk tijd voor de paasbingo. Juf heeft speelkaarten gemaakt, met verschillende plaatjes die met pasen te maken hebben. Als ze een plaatje trekt wat jij ook hebt, dan mag je er een gefiguurzaagd eitje op leggen.

Dit spel, dat we altijd spelen, is een echte hit. Vooral ook omdat er echte prijsjes te winnen zijn. Die staan op een aparte tafel: bellenblaas, paaskaarsjes, chocolaatjes, en twee fotolijstjes.

Dit onderdeel van de festiviteiten vraagt veel voorbereiding. Want het kan gebeuren dat iemand anders het prijsje pakt dat jij had willen hebben. De juffen hebben (wederom) een toneelstuk opgevoerd, over hoe het niet moet (gillen, wegrennen, boos worden). En een toneelstuk over hoe het wel moet (blij kijken, rustig blijven).

Daar heeft de vader van Lisa bingo. Hij mag een prijsje uitzoeken. Het wordt: ….. het rode fotolijstje.

Bob springt overeind. Juf roept meteen bezwerend: ‘Dit hebben we geoefend, Bob!’ Bob zakt weer op zijn stoel.

Even later heeft Bob bingo, hij pakt het zwarte fotolijstje. Nu hoor ik Bram tandenknarsen. Hij zegt: ‘Die moet ik nodig hebben voor mijn kamer!’ Maar ook hij beheerst zich.

En dan heeft Bram eindelijk ook bingo. Hij loopt door de klas naar de prijsjestafel. Hij lijkt heel rustig. Maar als hij bij Bob is, grist hij in een oogwenk het fotolijstje van Bob’s tafel.

Vanaf nu speelt een en ander zich in slow motion af, dus langzaam lezen.

Bob springt van zijn stoel. Hij verheft zijn 1 meter 70 en pakweg 90 kilo. Zijn mond gaat open, en hij gilt. Zijn armen gaan opzij. Het volgende moment hangt juf Thea aan zijn linkerarm, en juf Eline aan zijn rechterarm. Juf Thea roept vertwijfeld: ‘Dit hadden we toch geoefend! Dit hadden we geoefend!’

Bram rent door de klas en wordt in de andere hoek tegengehouden door mij. Ik hang aan zijn arm, en roep: ‘Bram, stop! Stop! Geef dat lijstje hier!’.

Bram hangt nu in een hoek voorover. De arm waar ik niet aan hang, steekt in de volle lengte in de lucht. In zijn hand het fotolijstje. Ik zie het in gedachten kapot vallen. Ik kan niet tegelijkertijd Bram in bedwang houden en het lijstje pakken, maar ik probeer het toch.

Daar komt de moeder van Lisa aan. ‘Wat kan ik doen!’, roept ze.

‘Pak het lijstje!’, roep ik.

De moeder van Lisa pakt het fotolijstje. Bram rukt zich los, en rent naar de gang. ‘Ik moet naar de uitslaapkamer! Ik moet naar de uitslaapkamer!’, gilt hij.

Bram stort zich in het slaapkamertje op bed. Juf Thea gaat met hem mee, en trekt de deur dicht. Ik ga de klas in, en weet even niet of ik moet lachen of huilen. Ik besluit tot het eerste.

Bob is gekalmeerd, maar kijkt nog steeds heel erg boos.

Na twintig minuten is Bram wat gekalmeerd, en zit iedereen weer op zijn stoel. We gaan gewoon verder, alsof er niets is gebeurd.

In de nieuwsbrief van vandaag blikt juf terug op de paasbrunch ‘Dit schooljaar waren de fotolijstjes erg populair en daar waren er maar twee van…..dit was best moeilijk voor de leerlingen. We zagen dat het leren omgaan met teleurstellingen en boosheid een belangrijk leerpunt blijft.’




zaterdag 30 maart 2013

Woonlogeren




‘Maar eerst ga ik woonloosjeren’, vertelt Bram aan iedereen die het wil horen.

Opeens gaat het snel. Vanaf begin mei heeft Bram ‘een kamer’, en daar gaat hij wonen.

Het is, zoals bekend, niet helemaal zo verlopen als gepland bij zijn conceptie. Toen dachten wij aan een kamer in een leuk (en heel vies) studentenhuis in (bijvoorbeeld) Delft, waar hij zou wonen gedurende zijn studie werktuigbouwkunde. Of in Utrecht (geneeskunde), Leiden (rechten), Wageningen (moleculaire wetenschappen).

Maar het is een instelling geworden, waar Bram terecht komt op woning twee. Zijn huisgenoten zijn bijna allemaal medestudenten aan dezelfde IBLafdeling van school De Waterlelie. Zij studeren ‘omgangsvormen’, ‘omgaan met teleurstellingen’, al dan niet in combinatie met ‘algemene daagse vaardigheden’.

Ik heb me tot nu toe veilig verscholen achter alle papierwerk. Aanvraag CIZ, verzekeringen, Wajongregeling en onder curatelestelling. Langzamerhand is alles in gang gezet, en ik moet zeggen: het verloopt voorspoedig.

Nu is het tijd om na te gaan denken waar dit allemaal eigenlijk om gaat. Dat is natuurlijk dat Bram uit huis zal gaan. Dat anderen voor hem gaan zorgen. Vooral dat laatste, dat bevalt mij maar matig.

Bram zelf vindt het ook spannend. Hij zoekt voortdurend naar houvast. Hij kan er vaak niet van slapen, heeft 'kriebel in mijn buik.'

Hij houdt zich vast aan de tussenstapjes, zoals die eerste dagen wonen, waarvoor we het woord ‘woonlogeren’ hebben bedacht.

Hij houdt zich ook vast aan het feit dat hij een koffiezetapparaat krijgt. Dat is mijn oude senseo die een plekje in de keuken krijgt.

Hij knipt plaatjes uit van TVs en radio’s. Want ‘die moet ik nodig hebben’, vertelt hij aan ons.

‘En we gaan eerst nog op vakantie, naar het strand.'

‘We moeten ook nog naar de Efteling, toch? Voor ik ga woonloosjeren?’, informeert hij.

Bram lijkt op zijn moeder.

Op mijn bureau ligt sinds vandaag een nieuwe lijst. Een lijst waarop staat wat Bram allemaal in zijn kamer nodig heeft: bureau, kast, badmat, boekenkast, TV, radio. Een wasmand. Foto's van ons voor aan de muur. Een nieuwe electrische tandenborstel. En ik moet in ál zijn kleding merkjes strijken.

Zolang ik die lijst niet af heb, kan Bram alléén nog maar gaan woonlogeren. Verder niets.