dinsdag 31 december 2013

Vasthouden en loslaten




Wat een jaar was 2013! Het jaar waarin Bram uit huis is gegaan, en wij moesten leren hem ‘anders vast te houden’. Van loslaten is bij een kind als Bram geen sprake. Moeilijk is het wel, maar dat het met hem goed gaat maakt het makkelijker. Tegelijkertijd is het ‘goed’, het was tijd om een nieuwe balans te zoeken.

Loslaten en anders vasthouden waren in het afgelopen jaar belangrijke thema’s. Niet alleen bij ons maar ook bij veel van onze vrienden en familie.

Als je moet loslaten, wat het ook is: je werk, je geliefde, je kind, je gezondheid…..wat is het dan belangrijk dat er anderen zijn die jou vasthouden, die er voor je zijn, die zorgen dat je je geborgen weet, die zorgen dat je zachter valt dan je zonder hen had gedaan. Die er op toe zien, dat je ook weer op staat. Mensen die je laten inzien dat het leven mooi kan zijn, zelfs als alles er opeens anders uit lijkt te zien.

Ook ik heb in de afgelopen jaren geleerd, hoe belangrijk het is, dat er mensen zijn die je vasthouden, als dat nodig is. Hoe belangrijk het is dat er mensen zijn, die je vleugels geven, als het daar de tijd voor is. Daar ben ik hen zeer dankbaar voor.

Daarom is dit mijn wens voor ieder van jullie voor 2014: dat er altijd mensen zullen zijn, die jou vasthouden als het moet, en je weer loslaten, jou in vertrouwen op je eigen vleugels laten gaan, als dat kan.

Ik wens jullie een warm, liefdevol, en zo gezond mogelijk nieuwjaar toe!
 
 
Solomon Burke en De Dijk: Hold on tight: http://www.youtube.com/watch?v=82qoXb8Y_BE

 

 

vrijdag 27 december 2013

Frozen






De ochtend na kerst: Bart moet werken, de meiden slapen uit.

En Bram en ik hebben een plan: wij gaan met zijn tweetjes naar de bioscoop, naar de film Frozen, Nederlands gesproken en in 2D. Dat laatste is handig, want meneer weigert om een 3Dbrilletje op te zetten.

De avond van tevoren kan Bram niet goed slapen, hij komt een paar keer zijn bed uit om te vertellen dat hij ‘kriebels heeft voor de film’.

In de ochtend krijg ik hem met moeite uit bed, hij is erg trillerig, en wil niet eten. ‘Ik voel telkens aanvalletjes’, zucht hij. Helemaal niet leuk, maar toegeven aan de epilepsie, daar hebben wij allebei geen zin in.

Een half uur van tevoren zijn we al bij de bioscoop, Bram kan bij de kassa nauwelijks op zijn beurt wachten, maar gelukkig hebben we heel snel de kaartjes.

Bij de lift ziet Bram een poster hangen. Van K3!

Hij staat verstijfd voor de poster, en roept dan uit: ‘Mam, er is een K3film!’.

Hij rent meteen terug naar de kassa om te vragen of de film ook draait. De kassameneer vertelt dat deze film vanaf 12 februari 2014 te zien zal zijn.

Opgewonden rent Bram terug naar de lift, hij smeekt me of hij dan naar deze film mag. ‘Als je tot 12 februari heeeeeeeeel lief bent, Bram!’ ‘Deal!’, belooft Bram gul.

Als de film begint, zitten we alletwee te genieten. Wat een leuke film, hij is mooi gemaakt, lief, grappig, en met mooie muziek. Een klassieker, dat is mijn voorspelling.

In de pauze gaat het licht aan. En wat blijkt: Eline, Bram’s vriendin, zat al die tijd vlak voor ons. Eline is iets jonger dan Bram, net zo lang en net zo dun. Ze kennen elkaar van school, van de G-hockey en van het logeerhuis: van de lokale G-scene, zeg maar. Het is al een tijdje aan. Ze vliegen elkaar om de nek.

Eline vertelt dat zij zit te kijken naar een film over een ijsprinses. ‘En jullie?’, informeert ze belangstellend.

Na de pauze genieten we van de rest van de film, het loopt gelukkig allemaal goed af. Met de prinsessen dan, met de slechterikken natuurlijk niet.

In de gang praten Bram en Eline nog even met elkaar. Bram vertelt over de nieuwe K3film. ‘Ja, 12 februari’, antwoordt Eline. ‘Ga je dan met mij naar de film, Eline?’, stelt Bram voor.

Eline moet even nadenken. ‘Nee, ik ga met mijn zus’, is het antwoord.

Ik denk: ‘Wat jammer voor hem’, maar Bram lijkt er niet mee te zitten.

Ik noteer alvast 12 februari in de agenda. Ga ik lekker weer uit met mijn zoon!
 
 

vrijdag 6 december 2013

Sint






Zo, de Goedheiligman is sinds vannacht weer gevlogen. Letterlijk, hij waaide dit jaar zo, hoppa, van de daken de stoomboot in.

Die is weg! Ben altijd weer blij, want een bepaald iemand stuitert tussen aankomst en vertrek van de sint door het leven.

Toch viel het dit jaar mee. Dit natuurlijk ook omdat Bram niet meer thuis woont, en omdat er op de dagbesteding en de woning bewust niet al te veel aandacht aan is geschonken. Maar vooral ook omdat wij de indruk hebben dat Bram echt een stapje heeft gemaakt in zijn ontwikkeling. ‘Oei, ik groei’ voor gevorderden, dus.

Zo kan het gebeuren dat Bram zelf helemaal niet vraagt om ‘schoenen zetten’. En bij de laatste schoenzetsessie tamelijk ongeïnteresseerd zijn schoen voor de haard stalt, er werktuigelijk een mandarijn in doet, en tijdens het weglopen ultrasnel ‘sinterklaaskapoentjegooiwatinmijnschoentje!’ roept.

Zo kan het gebeuren dat Bram op de Cruquiushoeve Eva tegen het lijf loopt, verkleed als Piet, en dat hij dat grote geheim niet vertelt aan de andere kinderen.

En zo kan het ook gebeuren dat wij zondag een enorm gezellige sintviering hebben met vijf pubers, vijf volwassenen en vijf honden. Iedereen heeft zijn best gedaan, ook Bram. Hij heeft voor zijn nichtje een zak met friet gemaakt, met maar een piepklein beetje hulp. Zij werkt in een halalsnackbar, vandaar.

Bram heeft zich goed voorbereid. Hij zit al vroeg klaar op de bank, in zijn zelfgekozen (en door mij afgekeurde) kleding. In zijn hand zijn verlanglijst. Daarop een viertal plaatjes geknipt uit de Intertoysgids. Voor alle zekerheid bespreken we nog even dat het dus gaat om EEN kadootje, en niet vier.

Bram krijgt al snel zijn surprise. Van opa. Eerst haalt Bram een levensgevaarlijke zaag tevoorschijn en daarna komt er een pop van Josje van K3 uit de doos.

De opdracht aan Bram is om als een goochelaar met de zaag Josje door te zagen.

Ik had verwacht dat Bram niet zou luisteren, met alle gevolgen vandien (zagen in de bank/hand/arm/been/opa), maar hij luistert wel.

Bram zaagt gierend van de lach (alleen) Josje in twee stukken.
 
Ik had verwacht dat Bram de zaag niet zou willen afstaan, met alle gevolgen vandien (vechten om de zaag, met als gevolg zagen in bank/hand/arm/been/opa).

Maar nee hoor, Bram geeft de zaag keurig terug aan opa.


Uiteindelijk krijgt Bram een nieuwe koptelefoon. Op zich een goed kado. Alleen jammer dat de koptelefoon zwart is. In de Intertoysgids staat een rose uitvoering. Dus.

 
K3, Wat jij doet met mij: http://www.youtube.com/watch?v=PyhjVJUCZl8
 

zaterdag 23 november 2013

Schoen zetten




Vorige week zaterdag arriveerde de sint met boot, met pieten (ondanks alle ophef), met kadootjes, en zonder staf in ons land.

Als ik thuis kom van het uitlaten van de hondjes, zitten Femke en haar vriendinnetje Pien in de huiskamer aan de buis gekluisterd. Zij geloven al lang niet meer, maar leuk vinden ze het (stiekem) nog steeds.
 
‘Mam, pappa zegt dat dit ‘regressietherapie’ is voor ons.’ Femke en Pien giechelen zelf het hardst.

Uit Bram’s kamer komt met een vertraging van een seconde de sintoptocht nogmaals tot ons. Hij wilde niet in de huiskamer kijken, het moest en zou op zijn eigen kamer, op zijn eigen (niet-digitale) TV.

‘s Middags neem ik Bram mee om nog wat boodschappen te doen. Ik kies er bewust voor om niet naar het stadscentrum te gaan, omdat ik het vermoeden heb dat daar veel sint-reuring zal zijn. Dat wil ik Bram en mijzelf besparen.

Helaas, verkeerd gegokt. Bij binnenkomst in het andere winkelcentrum zien we de sint meteen staan. Samen met twintig pieten en ongeveer zeventig gillende kinderen. En een tienkoppige fanfare. Het lawaai is oorverdovend.

Bram zet de pas er in, en binnen twee seconden is hij spoorloos verdwenen. Roepen heeft geen zin.

Ik loop door en ga hem zoeken. Gelukkig steekt hij tegenwoordig boven de meeste mensen uit, en ook de blauwe helm maakt hem nogal opvallend.

Na een tijdje komt hij naar me toehollen, zijn handen beiden vol met pepernoten. ‘Je moet meekomen, mam, dan krijg je ook pepernoten!’

Meteen is meneer weer vertrokken. Nu duurt het langer voor ik hem weer in het vizier heb. Dit keer staat hij bij de bakker, druk in gesprek met de blonde, pakweg zestienjarige, zaterdaghulp. Ze steekt juist haar hand uit naar een saucijzenbroodje, terwijl haar mond het woord ‘opwarmen?’ vormt. Meteen daarna verdwijnt het broodje in de oven.

Ik besluit om dit lekker te laten gaan. Bram kan best extra extra calorietjes gebruiken, zijn gewicht is officieel onderwerp van overleg met de AVGarts en de diëtiste.

Wat lastig is, is dat Bram door alle sinthectiek nogal stuitert. Hij luistert niet, kan niet stil staan, en al helemaal niet wachten, zelfs niet op zijn zelfbestelde broodje. Het volgende moment is hij weer vertrokken, om nog een lading pepernoten te scoren.

Bram’s geluk kan niet op als hij Sophie ontmoet. Ze is net als hij lid van de lokale ‘scene’ van verstandelijk gehandicapten. Ze staan in de Bruna tegenover elkaar en lachen naar elkaar.

Sophie heeft als altijd haar fotolijstje bij zich, dat ze stevig tegen zich aan drukt. Ze zegt niets maar straalt naar Bram. Bram roept ‘Maham, kijk! Sophie!’ Ze zijn zo blij elkaar te zien!

Bram en Sophie mogen samen met sint en de pieten op de foto.

Bij de Bruna koop ik in zijn aanwezigheid voor Bram een kadootje voor in zijn schoen: een windkussen. Altijd een succes. En voor Eva en Femke ieder een gum in de vorm van een lipstick.

’s Avonds zet Bram zijn schoen. Met daarin mandarijntjes voor de Pieten. Eva en Femke zetten ook hun schoen, en zingen braaf mee.

De volgende ochtend zijn de mandarijntjes opgegeten. De schillen liggen als elk jaar overal en nergens door de kamer. Die stoute pietjes toch!

Bram pakt zijn kadootje uit. ‘Een windkussen!’, roept hij blij verrast.

Zo vullen wij na achttien jaar nog steeds met liefde de schoentjes de schoenen. 

 
 
 
Natalie Cole: This will be (an everlasting love): http://www.youtube.com/watch?v=lswB6q2t_6c

 

 

donderdag 14 november 2013

Nieuwe vrienden




Een paar maanden geleden nam Bram afscheid van school. Vanaf dat moment gaat hij vijf dagen per week naar dagbesteding. Wij hebben gekozen voor een plekje in een antroposofisch dagcentrum, waar hij het enorm naar zijn zin heeft.

Bram zit met zijn leeftijdsgenoten in de ‘stagewerkplaats’, de jongeren zijn allemaal tussen de 18 en pakweg 22 jaar, een leeftijdsgroep die ook in de ‘gewone wereld’ met elkaar zou optrekken. Dat is dan ook precies de gedachte hierachter: zo normaal mogelijk.

Bram heeft in deze groep zijn eigen plekje gevonden. Hij heeft contact gezocht en gekregen met zijn groepsgenoten en de anderen die op het dagcentrum komen.

Op maandag breng ik Bram altijd zelf weg. Fijn om even persoonlijk langs te komen en de sfeer te proeven.

Afgelopen maandag begint de dag niet zo florissant. Een aanval rond zes uur, dus moeizaam wakker worden. Bij het aankleden blijkt dat ik, tot groot ongenoegen van Bram, zijn trui in de wasmachine heb gedaan, (‘ik trek gewoon de deur uit de wasmachine……haal hem er uit……HAAL HEM ER NU UIT……..Ik ben heeeel boos’).

Na drie kwartier zijn we er al over uitgepraat en zit meneer (in een andere trui) achter de yoghurt. Gelukkig klaart hij daarna snel op.

Zodra de auto stil staat bij het dagcentrum, duwt hij de deur open, en rent weg. Ik ren er achter aan. Hij loopt het lokaal in, en omhelst de begeleidsters. Dan haalt hij met grove gebaren een stevige aai door de haren van Marlies, een jonge vrouw die in een rolstoel zit. Marlies kan niet praten. Maar ze kan wel lachen, en dat doet ze breeduit na  de begroeting van Bram.

‘Mam! Weet je wat ze lekker vindt?’

Bram pakt een pot met hazelnootpasta en houdt hem boven het hoofd van Marlies. Marlies volgt met haar ogen de pot chocopasta en straalt van oor tot oor.

Ik geniet er van die twee zo bezig te zien.

Bram is al weer weggerend, naar het houtbewerkingslokaal, waar Martin als begeleider werkt. Bram mag af en toe lekker daar op de groep werken, en dat vindt hij geweldig.

Na een lekkere knuffel laat ik Bram daar achter, met een fijn gevoel.

Later hoor ik dat er die dag flink wat reuring was op de groep van Bram.

Groepsgenoot Erik meent dat hij opmerkingen moet maken over het gedrag van Deborah, een lieve jonge vrouw die niet kan praten, en in plaats daarvan altijd neuriet.

Bram wordt boos op Erik. Erik geeft Bram een hoek. Gevolg: een bloedneus en heel dikke tranen bij Bram.

Na de lunch vertrekt de club naar het zwembad. En daar blijkt dat Erik eigenlijk niet mee had gemogen die dag.

Nu is het Bram die (gedreven door zijn gevoel voor rechtvaardigheid en de gebeurtenissen van die ochtend) Erik aanvliegt, en de begeleidster die tussenbeide komt, schopt en slaat.

Na het zwemmen moeten de heren op de gang met de begeleidster in gesprek over wat er allemaal is voorgevallen. Er wordt besproken dat het zo niet zo gezellig is. En dat het morgen beter moet.

Erik en Bram maken een tekening voor elkaar. Dan is alles weer goed.


Racoon: Rudest behaviour:  http://www.youtube.com/watch?v=jfiRzO46wiM
 'I apologize for my rudest behaviour
I'm sorry I ran out a while"

dinsdag 17 september 2013

Topbestuurder






Haarlems dagblad, 17 september 2013

Meer dan 95.000 euro toucheerde interimmer Raimond Nicodem voor zijn werk bij Humanitas DMH, een zorginstelling met locaties door het hele land. Voor dit bedrag werkte de heer Nicodem geen volledig jaar, wat je op grond van dit bedrag wel zou verwachten, maar een maand.

Ik vraag me altijd af wat mensen doen die zulke bedragen in rekening brengen. Met hun tanden een vrachtwagen door het Hulshorster zand trekken? Met een theelepeltje het riool van Purmerend leegscheppen? Hun elfde vinger in de dijk steken om ons land te behoeden voor een desastreuze overstroming?

Op de website van Humanitas DMH staat op de pagina ‘visie en missie’ het volgende te lezen: ‘Ieder individu – in verbondenheid met anderen – hoort verantwoordelijkheid te nemen voor zijn eigen welzijn en voor het welzijn van anderen, zowel voor individuen als voor de samenleving als geheel.’

We kunnen achteraf constateren dat dat in elk geval gedeeltelijk prima is verlopen, Raimond nam de volle verantwoordelijkheid voor zijn eigen welzijn.

Over het ontslag van deze interimmer stond vanochtend een stukje in de krant. Precies daarnaast een artikeltje over de aanpak van de zorgfraude. De minister gaat 5 miljoen euro extra uitgeven om zorgfraude aan te pakken, onder andere door mensen met een pgb thuis te bezoeken.

Even wat achtergrond: het persoonsgebonden budget is een geldbedrag waar mensen zelf zorg kunnen inkopen. Je krijgt zo’n pgb niet zomaar, daarvoor doorloop je eerst een indicatieprocedure bij het CIZ. Daarna kun je kiezen voor een pgb of voor ZIN, zorg in natura. In dat laatste geval gaat het geld naar een zorginstelling die voor jou de zorg regelt. En omdat mensen met een pgb geen kosten voor overhead (wel een steeds voller hoofd trouwens) hebben is de waarde van een pgb dertig procent lager dan dat van een zorginstelling.

Dus: iemand die recht heeft op zorg, en zegt dat hij dat zelf wil regelen, kost de maatschappij dertig procent minder geld! Goed nieuws, en een reden om het pgb juist te stimuleren, lijkt mij dan.

Natuurlijk zijn er ook gevallen van fraude, maar dat zijn bijna zonder uitzondering bureautjes die voor verschillende personen een pgb aanvragen en beheren. Het moet toch niet zo lastig zijn om daarop te screenen? Op bankrekeningnummer, adres, of naam? Wanneer er dan meer dan een pgb oppopt, is het tijd voor een onderzoek. En niet zoals nu, gewoon maar rücksichlos alle pgb-houders met een intensieve controle, en daarna met een huisbezoek, confronteren, zoals het zorgkantoor in de regio Deventer heeft bedacht.

Nee, wie gaat er eens rondkijken bij zorginstellingen? Waarom doen we dat niet? Telkens weer komen er berichten over wanbeleid aan het licht, over managers die exorbitant verdienen. Wat is er toch aan de hand?

Ik heb in de afgelopen jaren niet alleen gemantelzorgd (of is het: mantel gezorgd?), maar ook heel goed rondgekeken in de maatschappij. Als vertegenwoordiger van het onderste deel van de totempaal: de cliënt.

Dat is me niet meegevallen.

Mijn conclusie is dat er veel maatschappelijke organisaties zijn, waarvan de ‘top’ de eindgebruikers van hun diensten, dus de cliënt/burger/patiënt/leerling, volledig uit het oog heeft verloren. Organisaties waar managers de dienst uit maken. Begrijpelijk als je wilt ‘sturen op bedrijfsvoering’, maar dramatisch als ‘sturen op inhoud’ daar ondergeschikt aan wordt.

Neem een organisatie als MEE. Deze organisatie is er paar jaar geleden mee akkoord gegaan dat zij nog slechts kortdurende hulp mag verlenen. En dat terwijl hun clientèle uit mensen met een langdurige zorgvraag bestaat. Dat MEE inmiddels ten dode is opgeschreven, heeft mij niet verbaasd. Voluit in het zelfgegraven graf gevallen.

Zorginstellingen met bestuurders, die het vermogen van de instelling omzetten in dure panden, waarop de zaak (bijna) failliet gaat, en de cliënten soms letterlijk hun spaarcentjes kwijt zijn. Deze ‘topbestuurders’ (wie heeft dit woord trouwens verzonnen?) fladderen gewoon door naar de volgende bestuursfunctie, de schade achterlatend voor degenen die zorg en ondersteuning nodig hebben, en het ‘lagere’ personeel dat zijn verantwoordelijkheid niet snel zal laten sloffen.

Scholen waarin tijdens MRvergaderingen jarenlang alleen wordt gesproken over personeelsaangelegenheden.

Regelingen voor het vervoer van ouderen en mensen met een beperking, die zo zijn ingericht dat de managementrapportages zeer inzichtelijk zijn, zodat het ‘beleid hierop te sturen is’, maar waarbij mensen zowel op de heen-  als op de terugreis een uur op het busje moeten wachten, en daarna nog een uur in een volle bus worden rondgereden. Zo wordt een bezoekje aan de kapper een dagtrip, wat je natuurlijk ook positief kunt labelen.

Ons land is doordrenkt met regeldrift, met controledrift, en de basishouding is er eentje van wantrouwen naar elkaar.

Managers hebben het roer van ons land overgenomen. Professionals worden stevig onder de duim gehouden door deze groep beambten. Managementdoelen gaan voor op vakinhoud, met desastreuze effecten. De handen aan het bed, ambtenaren, artsen, docenten en andere beroepsgroepen worden niet afgerekend op hun kennis, kunde en vakinhoudelijke prestaties, maar op de mate waarin die zaken zijn te meten met managementtools.

En het toezicht op die managers faalt. Waarom? Omdat veel van deze managers behoorlijk arrogant zijn, dat heb ik helaas moeten vaststellen. En omdat zij claimen dat de gewone man (lees: iemand die geen manager/bestuurder is) helaas niet het inzicht heeft waar hij (vrijwel altijd een hij) zich vorstelijk voor laat betalen.

Vorstelijk ja. Net als Marie-Antoinette en haar man. En we weten allemaal hoe dat is afgelopen.

Leve de revolutie!



The Carpenters: Top of the world
Such a feelin's comin' over me
There is wonder in most everything I see
Not a cloud in the sky
Got the sun in my eyes
And I won't be surprised if it's a dream

Everything I want the world to be
Is now coming true especially for me


......

I'm on the top of the world lookin' down on creation





dinsdag 10 september 2013

Knoop




‘Ik kan er ook een knoop inleggen.’

Bram zit naast mij in de auto, we zijn onderweg naar de dagbesteding, als deze, toch wat dubbelzinnige opmerking, uit zijn mond komt.

‘Hoe bedoel je dat, Bram? Waar kun je een knoop inleggen?’

‘Nou, gewoon, in mijn piemel!’

Tjongejonge, denk ik, hoe komt hij hier nu bij. En net als veel andere Anderslandouders denk ik meteen‘er zal toch niemand …?’

Ik vraag, zo neutraal mogelijk, waarom hij dat zegt. Het antwoord is dat hij die ochtend nog niet geplast heeft, iets waar ik hem aan had moeten herinneren.

Ik moet eigenlijk erg lachen, het is weer zo’n keurig geformuleerde opmerking, die ongeveer, maar niet precies, op de situatie past. Juist dat maakt praten met Bram vaak zo grappig.

Bij de dagbesteding gaat Bram breeduit grijnzend in een stoel zitten. Ik zeg hem dat hij nu meteen moet gaan plassen, en meteen daar achteraan meld ik lachend aan de aanwezigen wat Bram in de auto zei.

En dat had ik beter niet kunnen doen.

Bram wordt woedend, hij staat op en strekt zijn armen naar mij uit. ‘Wat zei jij daar?’, schreeuwt hij me toe. Hij houdt nu mijn arm vast en met de andere hand probeert hij mijn neus te pakken.

Daarmee gebeurt er voor het eerst waar ik al jaren bang voor ben: er ontstaat een situatie waarin ik bang ben voor mijn eigen zoon. Hij is groter dan ik, en ook sterker. En als hij mijn neus pakt en niet loslaat, dan zijn de gevolgen niet te overzien.

Ik besluit dat ik van mijn angst niets laat merken. Ik zeg zo rustig mogelijk dat hij me moet loslaten en dat we dan gaan praten. Het helpt niet.

Ik vraag het nogmaals, maar Bram blijft boos. De twee begeleiders trekken Bram van me af, we doen allemaal kalm. Ook Bram lijkt inmiddels wat rustiger te worden. Ik leg hem uit dat het een grapje was, en dat lijkt hij te accepteren.

Bram vertrekt naar het toilet. Ik sta op de gang te wachten, om hem nog even een afscheidskus te geven.

Daar komt Marcel aan. Hij doet de deur van het toiletgedeelte open. En dicht. En open. En dicht. Open, dicht, open, dicht.

Daar is opeens Bram weer. Hij komt uit het toilet gerend, en schreeuwt ‘Marcel! Jij doet de deur open en dicht! Ik kan zo niet plassen!’

En met een goedgemikte schouderworp draait hij Marcel zo op zijn rug, op de grond.

Al valt Marcel niet hard, dit mag natuurlijk helemaal niet! Dit kan niet. Het is mijn grote angst dat Bram in zijn domme kracht een keer iets doet waar een ander de pijnlijke gevolgen van moet dragen.

Ik ren achter Bram aan. Marcel wordt rechtop gezet, zijn onderlip trilt, hij kan zich niet goed uiten. Hij is gelukkig nog helemaal heel.

Bram moet op de bank bijkomen, nadenken en dan praten met de begeleiding en met mij. We leggen weer uit dat het echt niet mag, aan andere mensen zitten, hij mag dit niet zelf oplossen.

Ik ga aangeslagen weg. Mijn oksels klotsen, en ik kom te laat op mijn afspraak. Met een ongeschonden neus, en een knoop in mijn maag.


Dingen zijn zoals ze zijn...
Karine Polwart: Rivers run